top of page

Bartok Salon I

17 februari 2023

4BF8F93B-5163-4289-B6FD-9A01CDF61F4F_edited.png

Bartók Strijkkwartet nr. 3

Debussy Sonate voor cello en piano

Bartók Roemeense volksdansen

Bartók Sonate nr. 1 voor viool en piano 

Over dit programma:

Bij dit eerste concert maken we een muzikale reis door Bartók’s Nachtmuziek, volksmuziek en muziek die vol hartstochtelijk passie zit. Ik ben er in de afgelopen jaren achter gekomen dat deze Hongaarse componist vaak lastig te begrijpen is en compleet overweldigend kan zijn, voor zowel publiek als musici. De pagina’s zien niet alleen zwart van de noten, maar ook van alles wat erbij staat aan instructies, articulatie tekens en dynamiek. Je neigt dan al gauw naar iets te verlangen wat vertrouwd voelt. Zoals misschien een deel Beethoven of Mozart: als muzikant heb je al snel een duidelijk idee hoe het moet klinken en als publiek weet je dat je van te voren eigenlijk al: dit wordt mooi, of in ieder geval aangenaam. Maar wat als we wat langer stilstaan bij een componist die op het eerste gezicht zo overweldigend lijkt. Bartók is net zoals vroegere componisten een kunstenaar met hele duidelijke, muzikale ideeën.

 

Bartók zet met zijn derde strijkkwartet een sfeer neer die zijn affectie met de natuur weergeeft. Want hoewel hij dat in veel van zijn werken met volksmuziek laat horen, gebruikt hij in dit kwartet een andere zelfontwikkelde stijl die ’Nachtmuziek’ wordt genoemd: zachte, vervaagde cluster akkoorden gecombineerd met imitaties van vogelgekwetter en de kleine, krakende geluiden van nachtelijke dieren en insecten.

Waarom een stuk van Debussy zo mooi aansluit op het kwartet, is allereerst omdat de nachtmuziek die net is gespeeld, voor een groot deel geïnspireerd is op de geluidseffecten die Debussy heeft ontwikkeld. Hij was voor Bartók een van de meest belangrijke componisten ooit. Bartók  vond veel overeenkomsten in Debussy’s muziek en de originele volksmelodieeen die Bartók zelf had verzameld, en dat maakt hem erg enthousiast. Uit alles blijkt hoeveel ontzag Bartók had voor Debussy. Bartók, die zelf zo graag los wilde komen van de Duitse school waarmee hij muzikaal was opgegroeid, vond steun en inspiratie in de vernieuwing die Debussy introduceerde.

Bartók was in zijn leven verliefd op twee begaafde violisten: Stefi Geyer en Jely d’Aranyi. Aan beide droeg hij stukken op. Bartók's eerste vioolsonate die op het programma staat had hij opgedragen aan Jely. In deze sonate komt alles wat we tot nu toe hebben gehoord eigenlijk samen: Nachtmuziek, volksmuziek en muziek die vol hartstochtelijk passie zit. In het eerste en tweede deel horen we voornamelijk een gepassioneerde Bartók, waarbij dat gevoel af en toe tot rust komt in wat wat klinkt als de terugkeer van de nachtmuziek, een soort verstilling binnen de hevigheid van de muziek.  In het derde deel horen we overduidelijk het karakter van volksmuziek. Maar Bartók gebruikt geen letterlijke volksmuziek citaten meer zoals hij wel deed in de Roemeense volksdansen.

Dit was voor Bartók het ultieme doel, een stijl ontwikkelen waarin het karakter van volksmuziek te horen is zonder letterlijk een volksdeuntje te gebruiken. 

bottom of page